086.
Bijbelstudie over de
VERJAARDAG - YOM HULEDET
tdlvh ,vy
Een
verjaardag is een Simcha, een blijde gebeurtenis, een vreugdedag, een dag om onze
Schepper te danken voor het nieuwe jaar dat Hij aan ons leven heeft toegevoegd!
Zo is elke verjaardag weer een nieuwe mijlpaal in het leven van een gelovige.
In de Joodse traditie kennen wij enkele heel speciale mijlpalen. Zo wordt het
haar van een jongetje voor het eerst geknipt als hij drie jaar oud is
(gebaseerd op arqyv Vayiq’ra [Leviticus] 19:23
en vhyi>y Yeshayahu [Jesaja] 65:22).
In het Jiddisch noemen wij deze traditie “opscheren”, en pas vanaf
deze dag draagt hij een Kipa [keppeltje]. Vanaf zijn
dertiende verjaardag (Bar
Mitz’va) wordt hij als volwassene meegeteld
voor een Min’yan [het minimumaantal van 10 mannen voor het houden van een
eredienst], en men zegt dat men pas een volledig leven geleefd heeft als men de
leeftijd van 70 jaar bereikt heeft, en wij wensen elkander op elke verjaardag
toe: “Ad me’a v’esrim!” [Moge je 120 jaar oud worden!). In sommige synagogen
worden ook speciale dankdiensten gehouden voor ronde verjaardagen zoals de 50e,
70e, 80e enz. Bij het bereiken van de pensioengerechtigde
leeftijd of een andere bijzondere verjaardag wordt het volgende gebed
uitgesproken, dat in de liberale Sidur op de bladzijden 598 en 599 te vinden
is: “Onze G’d en G’d van onze voorouders.
Ik dank U voor al het goede dat U mij heeft geschonken. Ik ben alle bewijzen
van liefde en waarachtige trouw niet waard die U aan Uw dienaar heeft betoond. “Want met één stok ben ik deze Jordaan
overgestoken en nu ben ik geworden tot twee legerkampen” (ty>arb B’reshit [Genesis] 32:11). U
heeft mij geleerd mijn dagen te tellen. U heeft mijn hart gezegend met wijsheid
en kennis (naar ,ylht Tehilim [Psalmen] 90:12). Door tijdgebrek en het najagen van
onbelangrijke dingen heb ik onvoldoende de mogelijkheid benut om wijsheid te
verwerven. Ik vraag U, mij desondanks nu in staat te stellen de mij nog
resterende tijd te heiligen en goed te besteden. Laat mij wat ik aan
levenservaring heb verkregen, kunnen aanwenden voor verdieping en voor steun
aan mijn naasten, opdat ik nog vele jaren een medewerker zal zijn in Uw
scheppingswerk en zodat het mij zal zijn gegeven te helpen deze wereld beter te
maken. Moge dit in overeenstemming zijn met Uw wil. Daarop zeggen wij: Amen!” De verjaardag is voor de Joodse jarige dus op de eerste
plaats een dag van dankzegging, ernstig zelfonderzoek naar wat hij in het
afgelopen jaar heeft gedaan en goede voornemens voor het nieuwe jaar dat nu
voor hem ligt. Met deze goede voornemens wordt een Joodse verjaardag dan ook
terecht gezien als een soort mini-Rosh haShana [nieuwjaar] omdat
voor de jarige immers een nieuw levensjaar begint, en daarom wordt deze Simcha, deze blijde gebeurtenis, gevierd met vrienden en familie
en evenals met Rosh
haShana wordt dan ook de Shehecheyanu-B’racha gezegd. Deze luidt als volgt:
.]ma hzh ]mzl vniyghv vnmyqv vnyxh> ,lvih !lm
vnyhla yy hta !vrb
Baruch Ata Adonai, Eloheinu, Melech haOlam, sheHecheyanu
v’Qiy’manu v’Higianu laz’man haze, amen!
[Gezegend zijt Gij, Eeuwige, onze G’d, Koning van het heelal, die ons het leven
heeft geschonken en ons in staat heeft gesteld dit tijdstip te beleven, amen!].
In Israël worden verjaardagen heel uitbundig gevierd. Niet zoals dat hier in
Nederland gebruikelijk is: Koppie koffie... gebakkie... koekkie bij het tweede
bakkie... lekker slokkie… stukkie kaas met gurkie.... plakkie worst... slaatje…
toastje met franse kaas... eventueel nog wat pindas en borrelnootjes… en tot
ziens! Nee, in Israël wordt op verjaardagen uitgebreid gebarbecued of heerlijke
oosterse gerechten klaargemaakt, voor 30 man vlees in de vriezer, salades,
pita's en vooral veel koude drankjes om de vochtbalans in dit warme land op
peil te houden. De verjaardagen zijn in Israël derhalve ware smulfeesten
evenals ook met Shabat en de bijbelse feestdagen het geval is. Het is dus echt
feest en vanzelfsprekend helpen de gasten daar na afloop altijd mee met
opruimen en afwassen. Men houdt in Israël niet zo van zitters en plakkers en op
een Joodse verjaardag gaat het niet alleen om het krijgen, maar ook om het
geven. De jarige ontvangt namelijk niet alleen zegen en geschenken, maar
hijzelf zegent ook op zijn beurt weer de Schenker van het leven die hem in
staat gesteld heeft deze dag te kunnen vieren en daarom zegt hij ook de
bovenstaande B’racha en hij geeft een bepaald geldbedrag voor Tz’daqa [liefdadigheid]. Als de verjaardag echter op een Shabat valt, geeft hij de Tz’daqa voor of na de Shabat, maar in de synagoge krijgt de jarige dan wel de eer van
een oproep om de Parasha [Schriftlezing] op de Bima [verhoging] te mogen lajenen [reciteren]. Als de verjaardag op een andere dag valt
waarop de Tora gelajent
wordt, zoals bijvoorbeeld een maandag of
donderdag, dan wordt hij op die dag eveneens daartoe opgeroepen. Thuis trekt de
jarige zich voor de drukte van die dag enige tijd in stilte terug in een aparte
ruimte om met Adonai helemaal alleen te zijn voor dankgebed, zelfonderzoek,
schuldbelijdenis en belofte om de gemaakte fouten in het nieuwe levensjaar te
corrigeren. De rest van de dag wordt echt feestgevierd met muziek, lekker eten
en drinken om de blijdschap te delen met familie, vrienden en andere
genodigden, waarbij ook publiekelijk dank en hulde gebracht wordt aan de
Schepper. U ziet dus dat de Eeuwige centraal staat op de verjaardag van een
gelovige en niet de jarige zelf en daarom is er ook geen enkele zinnige
bijbelse reden te formuleren waarom men geen verjaardag zou mogen vieren. En
toch wordt dit door enkele zeer bekende kerkgenootschappen beweerd en op het
internet, maar zelfs ook huis aan huis verkondigd. Zij proberen ons wijs te
maken dat het aandacht schenken aan en vooral het vieren van verjaardagen
onbijbels, heidens, en zelfs occult zou zijn. Dat zij hun eigen leden op straffe
van sancties verbieden om verjaardagen te vieren is nog tot daaraan toe, maar
door middel van brochures en studies op het internet zijn zij reeds vele jaren
bezig om door het steeds maar herhalen van flinterdunne “ bewijzen” ook andere
gelovigen ervan te overtuigen dat het vieren van verjaardagen slecht is. Zo
beweren zij het volgende: “Het is duidelijk dat het vieren van de verjaardag
een vrucht is van satan. En of dat nu uw eigen verjaardag is en familie en
vrienden uitnodigt of de verjaardag van een ander bij wie u op bezoek gaat,
maakt geen verschil, u bent erbij betrokken. Met de vrucht van G’ds Geest
werken we mee aan G’ds plan met de mensheid; maar met de vrucht van satans geest werken we dat plan tegen. Plaats u zelf niet buiten dat
glorieuze plan.” In deze bewering is het vieren van verjaardagen volgens hen
een vrucht van satan en een ieder die zijn of andermans verjaardag viert
proberen zij wijs te maken daarmee G’ds plan met de mensheid tegen te werken.
Deze bewering mag bij sommigen dan wel inslaan als een bom, maar komt bij mij
nogal zeer gekunsteld over en is volgens mij in sterke mate voorzien van
gedachtemanipulatie! Het in dankbaarheid vieren en herdenken van de dag waarop
onze hemelse Vader ons het leven heeft geschonken kan nooit een vrucht van Zijn
tegenstander zijn. Onthoudt dit goed! Het zou veeleer een vrucht van satan
kunnen zijn om juist deze dag te verwaarlozen en zonder enige blijk van dank en
waardering te laten voorbijgaan! De Eeuwige heeft ons door Moshe [Mozes] Zijn Tora gegeven met 613 geboden en
verboden waarin Hij ons Zijn wil bekend heeft gemaakt, maar het vieren van
verjaardagen wordt onder de verboden niet genoemd en kan op basis
daarvan dan ook zeker geen overtreding van de Tora genoemd worden. Andersom
wordt echter gezegd dat het ook niet onder de geboden genoemd
wordt en het niet vieren daarvan dan eveneens geen overtreding van de Tora genoemd kan worden. Men zegt gewoon ronduit dat het vieren van
verjaardagen geen bijbelse opdracht zou zijn! Deze redenering klopt niet, want
wij hebben wel de opdracht gekregen om alle zegeningen van de Eeuwige in
dankbaarheid te herdenken en de geboorte van een mens wordt in de Bijbel steeds
als een zegen ervaren. Bij een herdenking vindt er als het ware een
gedeeltelijke herhaling plaats van de gebeurtenis die herdacht wordt. Daarom
horen bij de Pesach-viering Matzes en bittere kruiden en
worden met Chanuka de lichtjes van de kandelaar aangestoken. Op dezelfde
wijze vindt dan ook bij de viering van de geboortedag een soort herhaling
plaats van de kraamvisite met cadeautjes, want het geven van geschenken ter
gelegenheid van een geboorte komen wij reeds in de Bijbel tegen. Denk maar aan
de geschenken van de drie wijzen uit het oosten. In ,ylht Tehilim [Psalmen] 103:2 staat geschreven: “Loof de Eeuwige,
mijn ziel, en vergeet niet één van zijn weldaden.” Wij hebben de opdracht
om de Eeuwige te loven en te prijzen voor al Zijn weldaden, en één van de
grootste weldaden is het geschenk des levens en daarom behoren wij Hem te loven
en te prijzen als Hij uit genade een nieuw jaar aan ons leven heeft toegevoegd!
De Tora staat vol met opdrachten om van alles en nog wat te
herdenken en te gedenken, en dat gaat bij G’ds volk met uitzondering van Yom Kipur en Tisha b’Av altijd gepaard met
feestvieren en dankoffers. Laten wij dat goed in gedachten houden als wij
verder gaan met het analyseren van de aangedragen argumenten. Diverse
kerkgenootschappen die het vieren van verjaardagen afwijzen en zelfs verbieden
hanteren daarvoor opvallenderwijs allemaal precies dezelfde argumenten en
citeren allemaal precies dezelfde bijbelteksten om hun beweringen te
onderbouwen. Ik heb deze argumenten even op een rijtje gezet en zal hun
letterlijke uitspraken hieronder citeren en van commentaar voorzien, maar
tegelijkertijd zullen wij vanuit de Joodse invalshoek bekijken wat G’ds Woord
zegt over het vieren van speciale gebeurtenissen en hoe wij heel specifiek het
vieren van een verjaardag in het licht van de Bijbel kunnen bezien.
Argument
1: “Waarom laat de Bijbel de
geboortedata weg van mensen zoals Abraham, Mozes en zelfs Jezus Christus?”
Tegenvraag: op grond waarvan kon
dan wel de exacte leeftijd van deze genoemde personen worden vermeld? Hoe tel
je de jaren van je leven? Je moet voor een nauwkeurige telling toch één vaste
datum in het jaar als uitgangspunt nemen, want anders wordt het een vage
gissing. Welke datum zou daarvoor dan in aanmerking komen als het niet de
geboortedatum zou zijn? Het bovenstaande argument snijdt dus geen hout.
Argument
2: “Nergens in de Bijbel worden exacte
data vermeld in termen van een maand en dag waarop iemand geboren is!”
Ook dit
argument vind ik erg zwak! Ook al worden in de Bijbel geen exacte geboortedata
in termen van maand en dag vermeld, toch zijn in een aantal gevallen deze data
makkelijk te achterhalen door allerlei gebeurtenissen die in de context vermeld
staan. Een prachtig voorbeeld vinden wij in de geboorteverhalen van Yochanan haMat’bil [Johannes de Doper] en van Yeshua. De echtgenoot van Elisheva [Elizabeth], de priester Zechar’ya [Zacharias], had
namelijk in de maand Tamuz [juni/juli] tempeldienst toen de engel Gavri'el [Gabriël] aan hem verscheen. Enkele dagen daarna werd Elisheva zwanger en zes maanden later verscheen Gavri'el eveneens aan Miryam [Maria]. Ruach haQodesh [de Heilige Geest] kwam over haar en zij werd ook zwanger.
Dat gebeurde dus in de maand Tevet [december/januari]. Als wij
negen maanden verder tellen, kan Yeshua dus alleen in de maand Tishri (september/oktober) geboren zijn. Hoe kunnen we nu precies
weten, wanneer Zechar’ya de tempeldienst moest verrichten? Welnu! In Lucas 1:5
lezen wij dat Zechar’ya tot de afdeling van Aviya behoorde en iets
verderop in vers 8 staat, dat hij volgens de regel van de priesterdienst door
het lot werd aangewezen om de tempel van Adonai binnen te gaan en
het reukoffer te brengen in de beurt zijner afdeling. Om te zien, wanneer de afdeling van Aviya, waartoe Zechar’ya behoorde, aan de beurt was, moeten wij het hoofdstuk 24
van het boek a ,ymyh yrbd Div’rei haYamim alef [I
Kronieken] raadplegen. In totaal 24 afdelingen verrichtten om de beurt, per 14
dagen, de tempeldienst. Aviya, de dienstgroep van Zechar’ya, wordt in vers 10 als achtste genoemd en daaruit kunnen
wij afleiden, dat de achtste groep in de tweede helft van de vierde maand Tamuz (juni/juli). Het was derhalve dus begin juli, dat de engel
Gavri'el in de tempel aan Zechar’ya verscheen om hem
de geboorte van zijn zoon Yochanan aan te kondigen. Kort
daarna werd zijn vrouw Elisheva zwanger en zes maanden
later, begin januari kwam Ruach haQodesh (de Heilige Geest)
over Miryam [Maria] en zij werd eveneens zwanger (Lucas 1:26). Yeshua haMashiach [Jezus Christus] werd negen maanden later, dus begin
september geboren. U ziet dus, dat het heel simpel te achterhalen is, wat in
bovengenoemd argument echter stellig ontkend wordt.
Argument 3: “Volgens de Joden in de dagen van Christus verbiedt G’ds wet het vieren van
verjaardagen. De Joodse historicus Josefus uit de eerste eeuw, schrijft: ‘Nee, inderdaad, de wet
staat ons niet toe feesten te vieren ter gelegenheid van de geboortedag van
onze kinderen…’ (Contra Apionem, boek II, §26).”
Over
welke wet heeft Josefus het hier? Men gaat er automatisch van uit dat hij G’ds wet
mee bedoelt, maar dat schrijft hij niet. Hij heeft het slechts over “de wet”,
welke wet dat ook mag zijn. Wij weten allemaal dat de Joden naast G’ds wet nog
talrijke andere wetten van allerlei rabbijnen op na houden. Als men dus beweert
dat de Tora het vieren van verjaardagen niet zou toestaan, dan zou men
toch ook kunnen aanwijzen in welk hoofdstuk en in welke vers dit zou staan. Tot
nu toe heeft dit echter nog niemand kunnen aanwijzen en ook ik heb dit
uitdrukkelijke verbod nergens in mijn Bijbel kunnen vinden… Verder is het ook
niet terecht om zo universeel te schrijven dat het vieren van verjaardagen
volgens de Joden van die tijd verboden zou zijn, want oude rabbijnse
geschriften zeggen namelijk het tegenovergestelde. Zo schrijft Rabbi Yosef Chaim van Baghdad (Ben
Ish Chai), dat vele Joodse tijdgenoten hun
verjaardag vierden omdat zij deze dag als voorspoedig ervoeren. Ook hijzelf
vierde zijn verjaardag in zijn huis (Ben Ish Chai, Parashat Re’e 17). Rabbi Yisra’el Lifschitz (de schrijver van “Tiferet Yisra’el,
commentaar op de Mishna”) instrueerde zijn kinderen dat zij de jarigen moesten
bezoeken en zegenen. Zo werd het ook een vaste gewoonte dat vooraanstaande
leden van de Joodse bevolking van Jeruzalem Rabbi Sh’mu’el Salant op zijn verjaardag bezochten om hem te zegenen (Igeret Tiferet Yisra’el 6, Sefer Mayim haHalacha). Rabbi Av’raham Binyamin Sofer (de schrijver van de K’tav Sofer commentaren)
maakte het tot een vaste gewoonte om zijn verjaardag te gebruiken voor ernstig
zelfonderzoek. Volgens hem ontvangt een persoon op zijn geboortedag het meest
kostbare geschenk van allen: leven! En daarom is de verjaardag een dag van
dankbaarheid en inkeer, een dag waarop men zich moet afvragen hoe men met dit
kostbare geschenk dient om te gaan. Wordt het gekoesterd en gewaardeerd? Wordt
dit geschenk optimaal gebruikt? (Sefer Chut haMeshulash). Deze uitspraken van bekende rabbijnen door de eeuwen heen
laten duidelijk zien dat de stelling van een algemene Joodse afwijzing van
verjaardagen onjuist is. Zelfs de Talmud Yerushalmi besteedt enige
aandacht aan verjaardagen, want volgens Rosh haShana 3:8 werden
voor de strijd tegen de Amalekieten juist die soldaten uitgekozen wiens
verjaardag op de dag van de strijd viel, want zij gingen ervan uit dat hun
geboortedag een voorspoedige dag voor hen was en dat zij daarom succes in de
strijd mochten verwachten. De Talmud leert dat de verjaardag een
geluksdag is, want volgens de overleveringen der ouden domineert lzm Mazal op deze dag. Ik wil hierover geen waardeoordeel
uitspreken, maar daarmee slechts aantonen dat de geciteerde tekst van Josefus Flavius onvoldoende bewijs oplevert voor de stelling dat het
vieren van verjaardagen onbijbels en zelfs onjoods zou zijn. Eigenlijk is
eerder het tegendeel het geval! Twee van de belangrijkste bijbelse feestdagen
worden namelijk door de Joden als verjaardagen gevierd: Rosh haShana als verjaardag van de gehele Schepping en Pesach als verjaardag van het volk Israël!
Argument 4: “G’ds kalender is ongeschikt voor
verjaardagen. De instructies die G’d aan Mozes gaf over de dagen en maanden
houden geen rekening met verjaardagen. Maanden hebben elk jaar wisselend 29 en
30 dagen, afhankelijk van het verschijnen van de nieuwe maansikkel. Ook de
lengte van een jaar is wisselend. Om de seizoenen op hun plaats te houden,
wordt regelmatig een dertiende maand aan het jaar toegevoegd. De bijbelse
kalender is dus absoluut ongeschikt voor het vieren van verjaardagen.”
Ook
deze stelling durf ik tegen te spreken, want als dat zo was dan zou deze
kalender net zo ongeschikt zijn om G’ds feestdagen te vieren die eveneens op
vaste data plaats vinden. En hoe zouden dan de zonen van Job, waarop ik straks
nog terug zal komen, hun verjaardagen gevierd kunnen hebben? Zij waren immers
geen goyim en zullen heus wel de maankalender op na gehouden hebben.
Als het dus mogelijk is om op de bijbelse kalender de exacte data van G’ds
feestdagen vast te leggen zoals bijvoorbeeld Pesach [Pascha] op de 14e
Nisan, Chag
haMatzot [Feest der ongezuurde broden] op de 15e Nisan en Rosh haShana (Feest der Bazuinen]
op de 1e Tishri, dan is dit dus ook mogelijk met de verjaardag.
Tegenwoordig hebben wij daarvoor zelfs een handig hulpmiddeltje: de computer!
Er bestaat namelijk een website met een verjaardagscalculator, waarop men na
het invullen van de geboortedatum volgens de seculiere kalender door een
simpele muisklik dezelfde datum volgens de lunaire kalender verkrijgt. Probeer
het zelf maar: http://www.chabad.org/calendar/birthday.asp.
Argument 5: “De diverse gebruiken waarmee mensen
tegenwoordig hun verjaardagen vieren, zijn reeds heel oud. Hun oorsprong ligt
in het rijk van magie en religie. De Grieken geloofden dat iedereen een
beschermende geest of demon had die bij zijn geboorte aanwezig was en tijdens
zijn leven over hem waakte. Deze geest stond in een mystieke relatie tot de god
op wiens geboortedag de persoon was geboren. De Romeinen onderschreven dit
denkbeeld ook. De gebruiken om elkaar geluk te wensen, geschenken te geven en
feest te vieren, met brandende kaarsen en al, waren in oude tijden bedoeld om
de jarige tegen boze demonen te beschermen en zijn veiligheid voor het komende
jaar te verzekeren.” - “Van oudsher neemt men namelijk aan, dat op de
verjaardag de goede en kwade geesten het dichtst bij de jarige zijn en hun
goede of slechte invloed het hevigst doen gelden. Daarom haast men zich om
heilwensen uit te brengen, daarmee de goede geesten steunend en de kwade
afschrikkend. Het aansteken van lichtjes verleende aan die wensen extra kracht
en de overblijfselen hiervan treffen we nog in de kaarsjes op de
verjaardagstaart. De jarige mag dan een wens doen en wanneer hij kans ziet de
kaarsjes op zijn verjaardagstaart in één keer uit te blazen, dan zal die wens
in vervulling gaan. De gewoonte van brandende kaarsjes op de taart begon bij de
Grieken. Philochorus (een
Grieks historicus uit de oudheid) bericht dat er op de geboortedag van Artemis (de godin van de maan en de jacht)
honingkoeken zo rond als de maan en verlicht met kaarsen op de tempelaltaren
van deze godin werden gezet. Verjaarskaarsen bezitten in het volksgeloof een
speciale magische kracht om wensen te laten uitkomen. Brandende kaarsen en
offervuren hebben reeds een speciale mystieke betekenis sinds de mens voor het
eerst altaren voor zijn goden heeft gebouwd. De verjaarskaarsen zijn dan ook
een eerbetoon en hulde aan de jarige en brengen geluk.” - “Verjaars- en
gelukwensen horen onverbrekelijk bij deze feestdag, maar oorspronkelijk was het
idee geworteld in magie. Het uitspreken van toverformules ten goede en ten
kwade is de voornaamste toepassing van toverij. Men is op zijn verjaardag
bijzonder gevoelig voor zulke toverformules, omdat dan iemands persoonlijke
geesten in de buurt zijn. Verjaarswensen hebben macht ten goede of ten kwade
omdat men op die dag dichter bij de geestenwereld is."
Hier
wordt het vieren van verjaardagen gekoppeld aan heidendom en afgoderij, maar ik
vind dat men niet zomaar het kind met het badwater mag weggooien door met deze
beschrijving van occulte verjaardagspraktijken de indruk te wekken dat
verjaardagen op zich al verkeerd zouden zijn. Deze gegevens mogen dan wel een
eye-opener voor ons zijn om voortaan geen kaarsjes meer op de verjaardagstaart
te plaatsen, maar dat wil nog niet zeggen dat we dan ook helemaal geen
verjaardag meer zouden mogen vieren. Een verjaardag is echt niet per definitie
heidens! Hoe kan het geschenk van leven heidens zijn? Neen, niet de verjaardag
op zich is heidens, maar de manier waarop men deze dag viert kan heidens zijn.
Voor Joden is deze dag niet heidens, want Joden vieren het geschenk van leven
en zeggen daarom ook “L’chayim!” (op het leven!) als ze een glaasje wijn drinken. Dat
doen ze op elke Shabat, elke feestdag, en zeker ook op elke verjaardag, want een
verjaardag is een Simcha, een blijde gebeurtenis! Elk bedrijf, elke organisatie en
zelfs elk land herdenkt en viert zijn oprichting, zijn stichting, zijn
geboorte. Waarom niet ook de mens? Daar is niets mis mee. Het gaat er maar om
hoe je het viert, wat je ermee doet. Aas je alleen maar op de cadeautjes of zie
je de verjaardag als een dag waarop je de blijdschap en dankbaarheid voor het
nieuwe levensjaar ook aan Adonai zichtbaar en tastbaar tot
uiting kan brengen door het geven van financiële dankoffers en goede daden
alsook het vaste voornemen om Zijn geboden en inzettingen voortaan nog
serieuzer te willen naleven dan tot nu toe het geval was? Als je dat doet, dan
bezorg je ook de Eeuwige een fijne dag en maak je Hem blij, want dan ziet Hij
dat het leven dat Hij je schenkt een goede investering is en dan vind Hij het
ook echt fijn dat je deze Simcha [blijdschap] wilt delen met
al je dierbaren en uitbundig gaat vieren met lekker eten, drinken en dansen!
Dat heeft niets met afgoderij te maken, want zoals u weet betekent afgoderij
niets anders dan het onderwerpen aan en dienen van afgoden en derhalve is het
vieren van verjaardagen zeker geen afgoderij voor degene die in liefde zijn
vertrouwen stelt op de Eeuwige, Hem dient en Zijn geboden onderhoudt. Het is
ook geen tijd- en cultuurgebonden traditie en zeker geen persoonlijke visie, maar
een zuiver bijbels gegeven, want toen Elisheva [Elizabeth] in
Lucas 1:57-58 haar zoon Yochanan [Johannes] ter wereld
bracht, deelden haar buren en familieleden in haar vreugde. Blijdschap deel je
met je dierbaren en dat wordt ook gevierd! Kijk maar in het verhaal van de
verloren zoon in Lucas 15:11-32. Toen hij weer thuiskwam werd voor hem het
beste kleed gebracht en men deed een kostbare ring aan zijn vinger en schoenen
aan zijn voeten. Zijn vader liet het gemeste kalf slachten voor een feestmaal
en zij gingen uitbundig feest vieren met muziek en dans, want de verloren zoon
was dood voor zijn vader, maar hij is met berouw teruggekomen en is weer levend
geworden. Als het ware begon voor hem een nieuw leven en nieuw leven is in de
Bijbel altijd een Simcha en daarom zei de vader tegen zijn andere zoon: “Wij
moeten feestvieren en vrolijk zijn, want uw broeder hier was dood en is levend
geworden!” De Simcha van nieuw leven wordt in de G’ds Woord altijd gedeeld met
familie, vrienden en buren, of het nu de geboorte van een baby is of de
wedergeboorte door het geloof, de terugkeer van de verloren zoon of het
ontvangen van een nieuw levensjaar, in al deze gevallen is er sprake van nieuw
leven en dat wordt in de Bijbel altijd gevierd! Als een zondaar zich bekeert en
een nieuw leven begint is er zelfs feest in de hemel! (Lucas 15:10).
Argument 6: “De
verjaardag is tegen de aard van G’d! De historie van de verjaardag maakt
duidelijk dat deze dag niet een instelling van G’d kan zijn. De verjaardag is
direct terug te leiden tot en in verband te brengen met bijgeloof, magie, de
geestenwereld, het trekken van horoscopen, afgoden, toverij en toverformules,
valse religie en demonen. Volstrekt duidelijk dat satan hierin de grote inspirator is. Voegen wij hieraan toe hoe deze dag
wordt beschreven in de Bijbel en de essentie erkennen van deze dag dan moge
duidelijk zijn dat de viering van de verjaardag haaks staat op het principe van
G’ds Geest. De verslagen hierover getuigen van een satanische geest.”
Nogmaals:
niet de viering van de verjaardag op zich is terug te leiden tot G’ds
tegenstander, maar de manier waarop hij door sommigen gevierd wordt!
Argument 7:
"Het bijhouden van gegevens over verjaardagen vond men in oude tijden
vooral belangrijk omdat een geboortedatum van essentieel belang was voor het
trekken van een horoscoop. G’d verbiedt dat: Deuteronomium 4:19”
Niet
alleen occultisten hielden gegevens over verjaardagen bij, maar ook G’ds eigen
volk! Dat de geboortedatum door velen nog steeds misbruikt wordt voor het trekken
van horoscopen vind ik een zwak argument om dan maar helemaal geen
verjaardagsgegevens meer bij te houden. Afgezien van het feit dat dit in deze
moderne maatschappij, waarin deze gegevens in alle identiteitsbewijzen en in de
computerbestanden van officiële instanties te vinden zijn, helemaal niet
mogelijk is, wil ik erop wijzen dat ook de Israëlieten op uitdrukkelijk bevel
van Adonai bericht bijhielden van geboortedatums, want van alle Israëlieten
wisten de priesters en de leiders van het volk hoe oud zij waren. Hier werd
niet slechts naar gegist, maar de leeftijden waren nauwkeurig bekend. Lees maar
o.a. rbdmb B’mid’bar [Numeri] 1:2-3;
4:3 en 8:23-25. Ik wil in dit verband mijn onder argument 1 gestelde vraag
herhalen, hoe de Israëlieten buiten de verjaardagen om hun leeftijd konden
bepalen en vastleggen.
Argument 8:
"Van alle heilige personen in de Schriften, is van niemand van hen
opgetekend dat ze een feest hielden of een groot banket aanrichten op hun
verjaardag. Het zijn enkel de zondaars (zoals Farao en Herodes) die grote verheuging hadden over de dag waarop ze op deze
wereld beneden geboren waren.” - “In de bijbel wordt slechts melding gemaakt
van twee verjaarsfeesten, beide van personen die geen dienstknechten van de
ware G’d waren.”
Ten
eerste ben ik het er helemaal niet mee eens dat de Farao, die Yosef [Jozef] later tot onderkoning van Egypte benoemd heeft en
diens vader en broers naar Egypte liet komen, hier zomaar tot de zondaars
gerekend wordt en dat er zo stellig beweerd wordt dat de Farao geen
dienstknecht van de ware G’d zou zijn geweest. Als dat zo was zou hij volgens
mij de volgende uitspraak zeker niet gedaan hebben: “En Farao zeide tot zijn dienaren: Zouden wij iemand kunnen vinden als deze, een
man in wie de Geest G’ds is? En Farao zeide tot Yosef: Aangezien G’d u dit alles bekend gemaakt heeft, is er
niemand zo verstandig en wijs als gij!” (ty>arb B’reshit [Genesis] 41:38-39). Zeker, op het moment van zijn verjaardag kende hij de G’d
van Yosef nog niet, maar hij werd toen wel door Hem gebruikt, wat
uit diens dromen blijkt. Ten tweede klopt het ook niet dat er in de Bijbel
slechts melding gemaakt zou zijn van twee verjaardagsfeesten, want volgens
Bijbelse commentaren wordt met “de feestdag van onze koning” in i>vh Hoshea [Hosea] 7:5 diens verjaardag bedoeld, en dat er
ogenschijnlijk geen andere verjaardagsfeesten dan die van koningen en regenten
in de Bijbel genoemd worden wil nog niet zeggen dat ze niet gevierd werden. Ik
gebruik hier heel bewust het woord “ogenschijnlijk” omdat er wel degelijk
aanwijzingen te vinden zijn dat ook gewone mensen hun geboortedag vierden. bvya Iyov [Job] 1:4 is bijvoorbeeld zo een aanwijzing, maar daar zal
ik straks nog uitgebreid op terugkomen. Maar we gaan eerst terug naar de
verjaardagen van de diverse koningen die men als argumenten gebruikt om het
vieren van verjaardagen in het algemeen als iets slechts te bestempelen en af
te wijzen.
Argument 9a: “Alles
wat in de Bijbel is opgetekend, staat daar met een reden (2 Tim. 3:16-17). Wij
hebben opgemerkt dat G’ds Woord zich ongunstig over verjaardagen uitlaat en
mijden deze daarom. Laten we de vermelde schriftgedeelten aandachtig lezen: ‘Op
de derde dag nu, de geboortedag van Farao, maakte hij een
maaltijd voor al zijn dienaren. En hij verhief het hoofd van de overste der
schenkers en het hoofd van de overste der bakkers te midden van zijn dienaren.
Want hij herstelde de overste der schenkers in zijn schenkers-ambt, zodat hij
de beker weer in Farao's hand gaf. Maar de overste der bakkers hing hij op, zoals
Jozef hun had uitgelegd’ (Genesis 40:20-22). Het was geen uitzondering dat hoge
autoriteiten op hun uitbundige en ongeremde verjaardagsfeesten zich ontdeden
van bepaalde personen. Ze werden meestal in het openbaar opgehangen of
onthoofd.”
In het
geval van deze Farao ben ik het daar beslist niet mee eens, want indien de
schenker en de bakker beiden even schuldig waren bevonden en opgehangen werden,
dan zou dit inderdaad een voorbeeld van willekeurigheid van zulke machtige
vorsten geweest zijn. Maar precies zoals Adonai reeds via een droom
aan Yosef heeft laten weten werd de overste der bakkers inderdaad
schuldig, maar de overste der schenkers onschuldig bevonden, waardoor wij toch
echt wel de rechtvaardigheid moeten erkennen van zowel de Farao alsook van G’ds voorzienigheid door de onschuld van de onschuldige aan
het licht te brengen, en de zonde van de schuldige te doen ontdekken. Bovendien
blijkt ook uit het verdere verhaal van Yosef dat deze Farao zeker niet de tiran was zoals hij hierboven wordt afgeschilderd en door
2 Tim. 3:16-17 er bij te betrekken probeert men ons wijs te maken dat de
Eeuwige dit speciaal heeft laten opschrijven als afschrikkend voorbeeld om maar
geen verjaardagen te vieren.
Argument 9b: Volgens
het tweede boek der Makkabeeën werden de Joden gedwongen de geboortedag van
vorst Antiochus IV Epifanes (175–163 v.C.) met een
offerfeest te vieren: “En niet lang daarna zond de koning een oud man van
Athene, om de Joden te noodzaken dat zij zouden afwijken van de wetten hunner
vaderen, en niet zouden wandelen naar de wetten van G’d. En ook om de tempel te
Jeruzalem te ontreinigen, en deze te noemen de tempel van Jupiter Olympius, en de tempel te Garizin te noemen, (gelijk
degenen, die in die plaats woonden, begeerden), de tempel van Jupiter Xenius. De invoering van deze boosheid was het volk bezwaarlijk
en moeilijk. Want de tempel werd vervuld met overdadigheid, en brasserijen der
heidenen, die met de hoeren daar in luiheid leefden, en in de heilige galerijen
zich vermengden met de vrouwen; en daarenboven dingen daarin brachten die niet
betaamden. En het altaar werd ook met onbehoorlijke dingen, die de wet verboden
had, vervuld. En men mocht geen sabbatten vieren, noch de feestdagen der
vaderen onderhouden, noch ook enigszins bekennen een Jood te wezen. En zij
werden door een bittere noodwendigheid gedwongen, om des konings geboortedag
alle maanden te houden, met het eten van de geofferde ingewanden; en als de
feestdag van Bacchus [in de Romeinse oudheid de naam voor de Griekse god van de
wijn, Dionysos] gekomen was, werden zij gedwongen wijnloofkransen
dragende, in het Bacchusfeest om te gaan. (2 Makkabeeën 6:1-7). De beschrijving
van de verjaardag in vers 7 getuigt van een walgelijke mentaliteit.”
In vers
7 worden niet alle verjaardagen negatief bejegend, maar slechts de verjaardag
van deze bezetter en onderdrukker! Daar gaat het om! Nederlanders hadden er
immers tijdens de Duitse bezetting in de Tweede Wereldoorlog ook geen probleem
mee om verjaardagen in het algemeen te vieren, maar wel met de verjaardag van Adolf Hitler, de Führergeburtstag, die daardoor
heel goed vergelijkbaar is met die van de slechte koning Antiochus Epifanes.
Argument 9c: “Nu de
verjaardag van Herodes
Antipas, de tetrarch [viervorst] over Galilea en Perea. De verjaardag van Herodes Antipas werd de sterfdag van Johannes de Doper: ‘Want hij, Herodes, had Johannes laten grijpen en geboeid gevangen gezet, ter
wille van Herodias, de vrouw van zijn broeder Filippus, omdat hij haar tot vrouw genomen had. Want Johannes had tot Herodes gezegd: Gij moogt
de vrouw van uw broeder niet hebben. Herodias had het op hem
voorzien en wilde hem doden, doch zij kon dit niet, want Herodes had ontzag voor Johannes, daar hij wist, dat hij een
rechtvaardig en heilig man was; en hij beschermde hem en als hij hem gehoord
had, was hij in grote verlegenheid, maar hij hoorde hem gaarne. En toen er een
gelegen dag gekomen was en Herodes op zijn geboortefeest een
maaltijd aanrichtte voor zijn hoogwaardigheidsbekleders, zijn leger-oversten en
de voornaamsten van Galilea, en de dochter van Herodias binnenkwam en danste, behaagde zij Herodes en hun, die mede aanlagen. En de koning zeide tot het
meisje: Vraag van mij, wat gij maar wilt en ik zal het u geven. En hij zwoer
haar: Wat gij mij ook maar vragen zult, zal ik u geven, tot de helft van mijn
koninkrijk. En zij ging heen en zeide tot haar moeder: Wat zal ik vragen? En
deze zeide: Het hoofd van Johannes de Doper. En terstond ging zij haastig naar
binnen tot de koning en vroeg, zeggende: Ik wil, dat gij mij onmiddellijk op
een schotel geeft het hoofd van Johannes de Doper. En ofschoon de koning zeer
bedroefd werd, wilde hij het haar om zijn eden en om hen, die aanlagen, niet
weigeren. En terstond zond de koning een scherprechter met de opdracht het
hoofd te brengen. En deze ging heen en onthoofdde hem in de gevangenis, en hij
bracht het hoofd op een schotel en gaf het aan het meisje en het meisje gaf het
aan haar moeder.’ (Marcus 6:17-27). Het
onthoofden van vijanden op de verjaardag was een oude traditie, die ‘trouw’
werd gevolgd door de vrouw van deze vazalvorst. Dit keer was Johannes de Doper
het slachtoffer van een gruwelijke verjaardagstraditie.”
Ook
deze stelling snijdt geen hout, want als het inderdaad een oude traditie was
dat er op zijn verjaardag iemand onthoofd zou worden hoefde Herodes hierover niet zo bedroefd te zijn, wat in vers 26 echter
wel het geval is, maar omwille van zijn belofte dat hij haar zou geven waar zij
om vroeg, kon hij het niet weigeren. Maar vast onderdeel van zijn jaarlijks
verjaardagsfeestje blijkt die onthoofding toch echt niet te zijn. En
daadwerkelijke vijanden blijken zij eigenlijk ook niet te zijn geweest, want in
vers 20 lezen we immers dat Herodes ontzag had voor Yochanan [Johannes] omdat hij wist, dat hij een rechtvaardig en
heilig man was; en hij beschermde hem zelfs. Vooral dat laatste staat in een
scherp kontrast met de bovenstaande bewering en daaruit blijkt opnieuw dat men
gewoon koste wat het kost de indruk wil wekken dat zowel de Farao alsook Herodes hun verjaardag altijd vierden met het doden van een mens,
sterker nog: men beweert zelfs dat dit toen heel gebruikelijk zou zijn geweest
op de verjaardagen van vorsten en op deze wijze het vieren van verjaardagen af
te schilderen als iets slechts. Dat ter gelegenheid van koninklijke
verjaardagen juist ook amnestie, dus kwijtschelding van straf werd verleend,
wat duidelijk blijkt uit Genesis 40:20-21, wordt in deze argumentatie uiteraard
niet genoemd.
Argument 10a: “Bij
nadere bestudering van het eerste hoofdstuk van het boek Job is de conclusie
gerechtvaardigd dat ook de kinderen van Job hun verjaardag vierden, wat de
toorn van G’d opwekte. Toen Jobs oudste zoon zijn feest gaf, veroorzaakte satan, met G’ds uitdrukkelijke toestemming, een zware storm, waardoor het
huis instortte en alle tien kinderen omkwamen (Job 1:4-19). Omdat ieder van hen
in een eigen huis woonde, mogen we aannemen dat ze volwassen waren.”
Dit
laatste bewijst juist dat de stelling dat het vieren van hun verjaardagen G’ds
toorn opgewekt zou hebben de reinste onzin is, want als Job’s kinderen
volwassen waren zoals hier inderdaad wordt geconcludeerd, dan hebben zij allen
in hun leven reeds tientallen verjaardagen gevierd. Het lijkt mij niet logisch
dat de Eeuwige daar nu pas na zoveel jaren gedaan te hebben toornig over zou
zijn geworden. Bovendien heeft satan de zware storm niet opgewekt als straf
voor het vieren van de verjaardag, maar hij gebruikte de verjaardag van de
oudste zoon slechts omdat dit voor zijn vernietigend doel perfect uitkwam. Zij
waren immers allemaal bij deze gelegenheid bij elkaar onder één dak en konden
zo ook in één klap tegelijk gedood worden. Het voorwerp van dit verhaal is dus
niet het vieren van de verjaardag, maar het doden van Job’s kinderen om hem
daarmee gevoelig te raken, want dáár ging het de satan immers om!
Argument 10b: “Wij
gaan het eerste hoofdstuk van Job opslaan en lezen de verzen 1-5: ‘Er was in
het land Us een man, wiens naam was Job, en die man was vroom en oprecht,
g’dvrezend en wijkende van het kwaad. Hem werden zeven zonen en drie dochters
geboren. Zijn bezit bestond uit zevenduizend stuks kleinvee, drieduizend
kamelen, vijfhonderd span runderen, vijfhonderd ezelinnen en een zeer grote
slavenstoet, zodat deze man de rijkste was van alle bewoners van het Oosten. Zijn
zonen nu plachten een feestmaal aan te richten, ieder op zijn beurt
(Statenvertaling: op zijn dag) in eigen huis, en nodigden dan hun drie zusters
uit met hen te eten en te drinken. Telkens wanneer de dagen van het feestmaal
om waren, ontbood Job hen en heiligde hen; hij stond dan des morgens vroeg op
en bracht voor ieder van hen een brandoffer, want Job dacht: Misschien hebben
mijn kinderen gezondigd en in hun hart G’d vaarwel gezegd. Zo deed Job altoos
weer (Statenvertaling: Alzo deed Job al die dagen). Vers 13-14: Op
zekere dag, toen zijn zonen en zijn dochters aten en wijn dronken in het huis
van hun broeder, de eerstgeborene, kwam een bode tot Job… Vers 18-19:
Terwijl deze nog sprak, kwam een ander en zeide: Uw zonen en uw dochters waren
aan het eten en wijndrinken in het huis van hun broeder, de eerstgeborene, en
zie, daar stak een zware storm op van over de woestijn, greep het huis bij de
vier hoeken aan, en het viel op de jonge mensen, zodat zij stierven; ik alleen
maar ben ontkomen om het u aan te zeggen.’ Vanwege deze feesten vreesde Job
een verwijdering van zijn kinderen van G’d. In vers 4 staat: Iedere zoon
richtte een feestmaal aan op zíjn dag en bovendien in eigen huis, zoals
gebruikelijk met een verjaardag. In de NBG-vertaling staat: ieder op zijn
beurt. Maar in de Hebreeuwse tekst staat het woord ‘yom’
dat dag betekent. Hetzelfde woord dat eveneens in Job 3:1 staat: ‘Daarna opende Job zijn mond en vervloekte
zijn geboortedag.’ Hier is ‘yom’ vertaald met geboortedag. In
Job 1, vers 4 staat dus: Zijn zonen nu
plachten een feestmaal aan te richten, ieder op zijn dag in eigen huis, en
nodigden dan hun drie zusters uit met hen te eten en te drinken. Ieder
heeft dus zijn eigen dag. Deze dag werd kennelijk niet gehouden in
overeenstemming met de geest van G’d. Het is veelzeggend dat Job als vader van
dat grote gezin niet op die feestdagen aanwezig was.”
Waarom
bleef de vader weg? Niet om de verjaardagen zelf maar vanwege de manier waarop
zij het waarschijnlijk vierden. Hij heiligde en reinigde hen in vers 5 namelijk
juist omdat hij het niet zeker wist wat ze deden, want hij dacht bij zichzelf
dat ze misschien gezondigd hadden. Als het om de verjaardag zelf ging en het
vieren van een verjaardag op zich al tegen G’ds wil zou zijn zoals men hier
beweert, dan hoefde in deze vers niet het woordje “misschien” te staan, want
dat ze hun verjaardagen vierden wist hij wel zeker. Daarover bestaat geen
enkele twijfel, maar het het woordje “misschien” wil hier echter zeggen dat hij
niet zeker wist of ze wel of niet gezondigd hadden. Dus ook dit argument levert
geen enkel bewijs op dat verjaardagen slecht zouden zijn.
Argument 11:
“Verjaardag hebben tot doel om de mensen van G’ds heilige dagen en daarmee van
G’ds plan met de mensheid, af te leiden. En om een houding van nemen te
ontwikkelen in plaats van geven. Aan een 'christen' die zegt dat hij zijn
verjaardag viert uit dankbaarheid aan G’d zou men de vraag kunnen stellen
waarom hij op die dag dan niet een extra dankoffer (financiële gave) aan G’d
brengt in plaats van zelf cadeaus te ontvangen.
Deze
vraag zou men inderdaad wel aan christenen kunnen stellen, maar voor Joden is
deze vraag echt overbodig, want zoals ik bij de inleiding reeds heb vermeld
geeft een Jood sowieso al extra Tz’daqa [financiële gave] op zijn verjaardag,
maar ik weet uit eigen ervaring dat er ook christenen zijn die naar aanleiding
van hun verjaardag extra dankoffers in de collectezak doen of zelfs de
financiële cadeaus die ze krijgen geheel of gedeeltelijk beschikbaar stellen
voor goede doelen.
Argument 12: “De
opmerking: nergens staat expliciet in de Bijbel ‘gij zult geen verjaardagen
vieren’ is kortzichtig. Evenmin staat expliciet in de Bijbel gij zult niet
roken. Een g’dvrezend christen besteedt gewoon geen aandacht aan verjaardagen.
Dit slaat
natuurlijk nergens op, want een dergelijke redenering opent de deuren wagenwijd
voor manipulatie. Als je de Bijbel op deze manier leest en toepast, dan is het
einde zoek, want dan ga je namelijk G’ds Woord voor je eigen karretje spannen
en dat kan en mag echt niet! Niet voor niets staan er 613 geboden en verboden
in de Bijbel en wij hebben niet het recht om daar naar eigen inzicht iets aan
toe te voegen of weg te laten. Daarom wil ik nogmaals de woorden van de Eeuwige
herhalen, die ik reeds ter afsluiting van mijn vorige bijbelstudie geciteerd
heb: “Gij zult aan wat Ik u gebied, niet toedoen en daarvan niet afdoen,
opdat gij de geboden van de Eeuwige, uw G’d, onderhoudt, die Ik u opleg!” (,yrbd D’varim [Deuteronomium]
4:2) en: “Al wat Ik u gebied, zult gij naarstig onderhouden; gij zult
daaraan niet toedoen, noch daarvan afdoen!” (,yrbd D’varim [Deuteronomium] 12:32). Zo spreekt de Eeuwige! Amen!
Ter
afsluiting van deze bijbelstudie wil ik graag nog het een en ander over Psalm
90 zeggen, die deel uitmaakt van het tyrx> tlpt Tefilat Shacharit [ochtendgebed], maar zoals ik bij de inleiding reeds heb
vermeld door gelovige Joden vooral ook op verjaardagen wordt gelezen, want deze
psalm is immers zeer toepasselijk bij de overdenking van de broosheid van het
menselijk leven, en bij het lezen ervan kunnen wij hem gemakkelijk toepassen op
de jaren van onze reis door de woestijn dezer wereld. In de verzen 1-6 van deze
psalm wordt ons geleerd om Adonai de lof te geven voor Zijn
zorg over Zijn volk in alle tijden en Hem de eer te geven van Zijn eeuwigheid.
Verder wordt ons geleerd, Zijn soevereine heerschappij over het leven van de
mens te erkennen, want als Adonai de sterveling door ziekte
of door andere beproevingen volgens de Statenvertaling doet wederkeren tot
verbrijzeling (het Boek vertaalt dit met “stof”, maar in de Chumash van Yitz’chaq Dasberg staat: “tot berouw”), dan roept Hij de mensen
hierdoor op om weer terug te keren tot Hem en zich te bekeren van hun zonden en
een nieuw leven te leiden, want G’d doodt en Hij maakt levend! Psalm 90 leert
ons ook om de nietigheid van ons menselijk leven ten opzichte van G’ds
eeuwigheid te erkennen, zelfs als wij duizend jaar oud zouden worden zoals
sommige van onze Avot [vaderen]. Toch duizend jaren zijn niets bij Zijn
eeuwigheid, zij zijn voor Hem minder dan een dag, zelfs minder dan een uur. Wij
moeten leren beseffen dat ons aardse leven slechts voorbijgaand en van korte
duur is, zoals dat van het gras, dat opgroeit en bloeit in de morgen en in de
avond alweer verwelkt en verdort. Daarom moeten wij ook heel zuinig omgaan met
de korte tijd die G’d ons geeft, en de jaren van ons leven niet verknoeien maar
zinvol benutten, want anders gaat de tijd onopgemerkt aan ons voorbij, zoals
bij mensen die slapen, en voordat men het beseft is de tijd om! De verjaardag
is daarom de dag bij uitstek om de jaren die Adonai ons tot nu toe gaf
de revue te laten passeren en de balans op te maken om de tijd die nog voor ons
ligt beter te gebruiken. Vanaf vers 8 wordt ons geleerd onze zonden te
beseffen, die de toorn van Adonai tegen ons hadden opgewekt,
en daarvoor dienen wij de Eeuwige eerst om vergeving te vragen met beroep op
het ultieme offer van Yeshua alvorens wij aan het nieuwe levensjaar kunnen beginnen,
want anders gaan al de jaren van ons leven als een zucht aan ons voorbij.
Gedane zaken kan men niet meer veranderen en onze tijd op aarde kan, als zij
voorbij is gegaan, evenmin herroepen worden als de woorden herroepen kunnen
worden, die wij gesproken hebben. Het verlies en de verkwisting van onze
kostbare tijd door onze eigen schuld en dwaasheid, maar vooral door onze
ongehoorzaamheid, kan daarom alleen maar betreurd worden, en toch biedt ons
elke verjaardag een nieuwe kans om schoon schip te maken en dezelfde fouten in
de ons resterende tijd te voorkomen door ernaar te streven om onder leiding van
Ruach haQodesh [de Heilige Geest] G’ds geboden en inzettingen voortaan
naarstig na te leven. Natuurlijk kan dat ook op elke willekeurige andere dag in
je leven, maar de Bijbel roept ons op om onze jaren te tellen en dat is slechts
mogelijk door middel van de verjaardagen. Ook al wensen Joden elkaar op
verjaardagen toe dat ze 120 jaar oud mogen worden, toch beseffen ook zij, dat
onze gemiddelde leeftijd zeventig jaar is en slechts de zeer sterke mensen
worden tachtig jaar of ouder. Het leven vliegt voorbij en voor we het weten
zijn we gestorven. En wat dan? Blijkt ons leven dan een vergeefse moeite
geweest te zijn? Zo ver mag het niet komen, en daarom wordt door gelovige Joden
met name vers 12 van deze psalm geciteerd voor het vieren van speciale
verjaardagen: “Leer ons dan onze dagen tellen, zodat wij een hart vol
wijsheid verwerven!” (Liberale Sidur) en: “Leer ons zo onze
dagen tellen, dat we wijze gedachten mogen verkrijgen” (Orthodoxe Sidur). Dat met “dagen” levensjaren bedoeld zijn blijkt o.a. uit
Genesis 5:5-31, maar ook in Psalm 143:5 schrijft David: “Ik gedenk aan de
dagen van ouds, ik overpeins al Uw daden, ik overdenk de werken Uwer handen.”
De Bijbel leert ons om al de dagen van ons leven vanaf de dag onzer geboorte in
dankbaarheid te gedenken, al Zijn daden te overpeinzen en de werken van Zijn
handen te overdenken en te waarderen. Wij moeten leren leven onder het
voortdurend besef van de kortheid des levens en het snelle naderen van de
eeuwigheid. Wij moeten zo onze dagen leren tellen, dat wij die tijd nuttig
indelen en zo efficiënt mogelijk tot G’ds eer kunnen besteden. Als wij dit doen
kunnen wij met heel ons hart zeggen: “Laat ons ’s morgens vroeg al Uw
goedheid en liefde mogen ervaren; dan zullen wij juichen en elke dag met
blijdschap beleven!” Dankbaarheid voor al de dagen van ons leven, berouw
van zonden en het streven naar gehoorzaamheid aan G’ds verordeningen en
inzettingen vormen dus de inhoud van Psalm 90, die derhalve een centrale plaats
dient in te nemen op de verjaardagen van alle gelovigen: “Een gebed van Moshe, de man G’ds. Adonai, Gij zijt ons een
toevlucht geweest van geslacht tot geslacht; eer de bergen geboren waren, en
Gij aarde en wereld hadt voortgebracht, ja, van eeuwigheid tot eeuwigheid zijt
Gij G’d. Gij doet de sterveling wederkeren tot stof en zegt: Keert weder, gij
mensenkinderen. Want duizend jaren zijn in Uw ogen als de dag van gisteren,
wanneer hij voorbijgegaan is, en als een nachtwake. Gij spoelt hen weg; zij
zijn als een slaap in de morgen, als het gras dat opschiet; in de morgenstond
bloeit het en het schiet op, des avonds verwelkt het en het verdort. Want wij
vergaan door Uw toorn, door Uw grimmigheid worden wij verdelgd; Gij stelt onze
ongerechtigheden voor U, onze heimelijke zonden in het licht van Uw aanschijn.
Want al onze dagen gaan voorbij door Uw verbolgenheid, wij voleindigen onze
jaren als een gedachte. De dagen onzer jaren, daarin zijn zeventig jaren, en,
indien wij sterk zijn, tachtig jaren; wat daarin onze trots was, is moeite en
leed, want het gaat snel voorbij, en wij vliegen heen. Wie kent de sterkte van
Uw toorn, en Uw verbolgenheid, naardat Gij te vrezen zijt? Leer ons zo onze
dagen tellen, dat wij een wijs hart bekomen. Keer weder, Adonai! Hoelang nog?
en ontferm U over Uw knechten. Verzadig ons in de morgenstond met Uw
goedertierenheid, opdat wij jubelen en ons verheugen al onze dagen. Verheug ons
naar de dagen waarin Gij ons hebt verdrukt, naar de jaren waarin wij onheil hebben
gezien. Laat Uw werk aan Uw knechten openbaar worden, en Uw heerlijkheid over
hun kinderen; de liefelijkheid van de Eeuwige, onze G’d, zij over ons, en
bevestig Gij het werk onzer handen over ons, ja, het werk onzer handen,
bevestig dat. Amen!” In aansluiting
hieraan wil ik eindigen met de verzen 1-6, 13-18 en 23-24 van Psalm 139: “Adonai, Gij doorgrondt en kent mij; Gij kent mijn zitten en mijn
opstaan, Gij verstaat van verre mijn gedachten; Gij onderzoekt mijn gaan en
mijn liggen, met al mijn wegen zijt Gij vertrouwd. Want er is geen woord op
mijn tong, of, zie, Adonai, Gij kent het volkomen; Gij
omgeeft mij van achteren en van voren en Gij legt Uw hand op mij. Het begrijpen
is mij te wonderbaar, te verheven, ik kan er niet bij. Want Gij hebt mijn nieren
gevormd, mij in de schoot van mijn moeder geweven. Ik loof U, omdat ik gans
wonderbaar ben toebereid, wonderbaar zijn Uw werken; mijn ziel weet dat zeer
wel. Mijn gebeente was voor U niet verholen, toen ik in het verborgene gemaakt
werd, gewrocht in de diepten van het aardrijk; Uw ogen zagen mijn vormeloos
begin; in Uw boek waren zij alle opgeschreven, de dagen, die geformeerd zouden
worden, toen nog geen daarvan bestond. Hoe kostelijk zijn mij Uw gedachten, o
G’d, hoe overweldigend is haar getal. Wilde ik ze tellen, zij zijn talrijker
dan het zand; als ik ontwaak, dan ben ik nog bij U. Doorgrond mij, o G’d, en
ken mijn hart, toets mij en ken mijn gedachten; zie, of bij mij een heilloze
weg is, en leid mij op de eeuwige weg.”
Werner Stauder
Ik wens allen die vandaag of binnenkort jarig zijn van
harte toe:
.,yr>iv ham div tdlvhh ,vyl bvu lzm
Mazal tov l’yom
haHuledet v’ad me’a v’esrim!
Van harte
gefeliciteerd met je verjaardag
en moge je 120
jaar oud worden!